20 april 2020 Beantwoording Schriftelijke vragen Sociaal ondernemerschap Dreamfactory

In een Volkskrant-artikel van 25 januari 2020[1] worden kritische kanttekeningen geplaatst bij het functioneren van de Dreamfactory, een naaiatelier en tevens re-integratieproject van ondernemer Omar Munie. Zo werden statushouders die hier werkzaam waren volgens de Volkskrant geregeld te laat betaald en ontvingen sommigen van hen helemaal geen vergoeding voor hun werkzaamheden. Ook werkten sommigen van hen zonder contract. Daarnaast zou het bedrijf geen pensioenpremie hebben afgedragen voor haar medewerkers, terwijl deze wel werd ingehouden op het salaris. Ook zouden de carrièrekansen van sommige medewerkers juist zijn bemoeilijkt door de Dreamfactory, omdat zij een clausule moesten ondertekenen die bepaalde dat ze na vertrek gedurende een jaar niet in dezelfde branche mochten werken. In het artikel komt tevens (anoniem) een ambtenaar van de gemeente Den Haag die statushouders naar werk begeleidt aan het woord, die aangeeft misstanden bij de Dreamfactory binnen de gemeente te hebben aangekaart.

In het atelier van de Dreamfactory werden onder meer de ‘omarmbandjes’ geproduceerd, waarvan een deel van de opbrengst naar het goede doel van Munie zou gaan: the Dutch Tulip. Een direct betrokkene die anoniem wenst te blijven verklaarde tegenover de Volkskrant dat er de afgelopen jaren nooit opbrengst uit verkoop van de omarmbandjes aan de Dutch Tulip is overgemaakt.

Op 8 april staat de vastgoeddeal voor het pand ‘De Rijnstroom’ (Noordeinde 64), dat Munie met tussenkomst van de gemeente Den Haag kocht van de Rijksvastgoeddienst en vervolgens weer doorverkocht, op de agenda van de commissie bestuur. In eerdere discussies over deze transactie is door de gemeente verwezen naar het maatschappelijke belang dat de heer Munie met zijn ondernemingen behartigt. Het artikel in de Volkskrant van 25 januari 2020 roept de vraag op in hoeverre de gemeente actief is nagegaan of en hoe de ondernemer in kwestie deze maatschappelijke/sociale rol gestalte gaf, of dat de gemeente louter is afgegaan op positieve publiciteit hierover.

Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt raadslid Lesley Arp de volgende vragen:

1)  Hoeveel mensen zijn er de afgelopen jaren vanuit de Dienst SZW van de gemeente doorverwezen naar de Dreamfactory? Hoeveel van hen zijn statushouders? Hoeveel van hen zijn mensen die een arbeidshandicap hebben of opnieuw toetreden tot de arbeidsmarkt naar een periode van arbeidsongeschiktheid?

2)  Ontving de Dreamfactory subsidie van de gemeente voor het bieden van een baan, stage of werkervaringsplek aan deze mensen? Zo ja, op basis van welke regelingen? Kunt u hierbij ook aangeven wat het totaalbedrag aan gemeentelijk subsidiegeld is dat de Dreamfactory hiervoor heeft ontvangen?

3)  Op welke wijze is de besteding van deze subsidiebedragen gecontroleerd? Zijn hierbij nog bijzonderheden ontdekt?

Volgens het eerdergenoemde Volkskrant-artikel ‘gunde’ de gemeente de heer Munie het monumentale pand ‘De Rijnstroom’ vanwege de ‘sociaal-maatschappelijke’ bestemming die hij eraan zou geven. Het collegebesluit ‘Aan- en verkoop Noordeinde 64-64A’ (22 augustus 2018, RIS 299760) spreekt over ‘het maatschappelijke belang dat dhr. Muni heeft voor de stad als eigenaar van een winkel atelier en de stichting Dutch Tulip waarmee hij mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt de kans geeft op een betrekking.’

4) Op welke wijze heeft de gemeente kennisgenomen van de sociale doelstellingen van de Dreamfactory en de mate waarin deze in de praktijk werden gebracht? Heeft de gemeente bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de omstandigheden op de werkvloer voordat men overging tot de plaatsing van re-integreerders en statushouders bij dit bedrijf?

5) Kan men in de algemene zin omschrijven of en hoe de werkomstandigheden in kaart worden gebracht bij bedrijven waar de gemeente werklozen naartoe bemiddelt?

6) Zijn er vanuit de ambtenarij signalen binnengekomen over misstanden bij de Dreamfactory? Zo ja, hoeveel en van welke aard? Welke stappen zijn vervolgens ondernomen naar aanleiding van deze signalen?

7) Zijn er ook signalen/ klachten binnengekomen van de re-integreerders zelf? Zo ja, hoeveel en van welke aard? Welke stappen zijn vervolgens ondernomen naar aanleiding van deze signalen?

8) In een van de contracten van een re-integreerder stond volgens het Volkskrant-artikel dat hij minstens een jaar niet mag werken bij een bedrijf in dezelfde branche. In hoeverre is dat gangbaar bij een re-integratietraject? Is het college met de SP van mening dat dit de doelstelling van toeleiding naar een reguliere baan juist in de weg staat?

9) Heeft de gemeente naar aanleiding van de negatieve signalen die in het Volkskrant-artikel zijn omschreven haar samenwerking met de Dreamfactory geëvalueerd? Zo ja, op welke wijze en welke lessen zijn hieruit getrokken? Zo nee, waarom niet?

10) Is het college bereid deze vragen uiterlijk drie dagen voor de commissievergadering van 8 april te beantwoorden? Zo nee, waarom niet?

Lesley Arp            Ralf Sluijs

SP                           Hart voor Den Haag/Groep de Mos